Bekkie, hongerig, sloeg met 'r lepel tegen 'n bord. Mijntje, die van de kast naar de tafel liep, tellend of 'r genoeg vaatwerk was, trok 'r dan nijdig den lepel uit de hand, 'm op 't tafelvlak kletsend 't was om stapel te worde, dat lawaai en getik! en als ze weer bij de kast was, dee Bekkie 't opnieuw, verwend en brutaal.

Daar zijn we eindelijk bij Villa Giovanni, eertijds een stadje van 3000 inwoners, nu nauwelijks 800 tellend. Dit is het punt, waar de veerboot overgaat, die de siciliaansche lijnen met het vasteland verbindt. Van het dorp zijn slechts eenige muurbrokken over en hoopen puin; de boomgaarden vol citroenboomen, die het dorp omringen, kunnen geen vroolijk tintje aan het landschap geven.

Alle avonden liet Rik het lamplichtje laag komen over de tafel en hij verklaarde haar het spel der cijfers, de moeielijkste rekenkunde, tot den nacht tellend en hertellend en alles neerschrijvend te rote, met stipte nauwkeurigheid. Dat duurde tot haar twintigste jaar.

Het jonge mensch, bleek om den neus wordend, met groote holle oogen voor zich uit starend, staat eensklaps op, stoot vrij onzacht de dame, die met den dikken controleur zit te domineeren, op zij en komt nog juist bij tijds de deur uit. Hij valt bijna in de armen van den matroos, die de tent vastsjort en buigt zich, wind en weer niet tellend, over de verschansing.

Geen tien minuten later ligt er een hagelwit, ofschoon wel wat krap laken door nicht Janssen zelve over de tafel gespreid. De huisvrouw heeft de diepe borden al tellend: da's nêf, da's nicht, da's Janssen en da's ikke, er mede op nedergezet; naast ieder bord links: 'en vurk, rechts: 'en lêpel.

In 't flauwe gloren der lamp, schudde hij 't beursje ledig op de tafel ... zijn oogen flikkerden, zijn dikke, gele handen scharrelden koortsig met zwart-gerande nagels in 't geld ... tellend ... briefje voor briefje platstrijkend en beduimelend om zeker te zijn dat geen twee bankjes aan elkaar kleefden ... Hij vergat Trees en Lowis ... en de heele wereld ... er was geld ... geld ... wel vierhonderd frank ... Er moest méer zijn ... ze had er veel van opgezopen ...

Mora, bij de Spartanen sedert den derden messenischen oorlog eene afdeeling zware infanterie, waarschijnlijk in den regel 600 man tellend, doch niet altijd van dezelfde getalsterkte. Zes morai vormden het hoplietenleger. Morbus comitialis, vallende ziekte, aldus genoemd, omdat, wanneer iemand staande de comitiën een toeval kreeg, deze gestaakt moesten worden.

Hier legde hij den grond voor zijn reusachtig, vele millioenen tellend vermogen, en thans begon hij zijn vleugels uit te slaan naar het groot staatkundig doel, dat hem voor oogen zweefde. Neen, dat reusachtig kapitaal, dat hij had opgelegd, was niet het doel van zijn leven, maar slechts het instrument, de brug, die hem moest brengen in het rijk zijner idealen.

Het bijna 900 verzen tellend gedicht Van der feesten bevat een uitvoerig overzicht van de leer der minne, op scholastieke wijze verdeeld in deelen en "poenten". Wij vinden hier antwoorden op de vragen: wat minne is? waardoor men minne kan verwerven en weer verliezen? wie gestadiger zijn in de liefde: vrouwen of mannen? eene uiteenzetting wordt gegeven van de wijze, waarop de vier onderscheidene temperamenten zich in de minne openbaren.