In 1863 keerde de Allan Gardiner, die naar Engeland was geweest om gekalefaterd te worden, naar het eiland Keppel terug met den reverend Stirling; aanstonds werden nu op nieuw betrekkingen aangeknoopt met de bewoners van Vuurland zelf.

Ned, pas op de hoogeschool, had natuurlijk alle studenten-manieren aangenomen; hij was niet bijzonder knap, maar goedhartig en vroolijk, en over 't geheel een bizonder geschikt element voor een buitenpartij; Sallie Gardiner bleek een en al zorg om haar wit piqué japon schoon te houden, en maakte verder allerlei grappen met den overal tegenwoordigen Fred, die Bets door zijn toeren in voortdurenden angst hield.

Gardiner meende, dat het onvergefelijk zou zijn, zich verder niet met deze wilden te bemoeien, en de kiemen van beschaving en christelijk geloof, door de Vuurlanders van Fitz-Roy onder hunne stamgenoten overgebracht, te laten versterven. In 1850 vertrok hij uit Engeland, met den heer Williams, geneesheer-zendeling, den heer Maidment, architekt, en vier visschers van Cornwallis.

Ned Moffat was onlangs met Sallie Gardiner getrouwd, en Meta kon niet nalaten hun prachtig huis en rijtuig, al hun cadeaux en Sallie's kostbaar uitzet met het hare te vergelijken, en heimelijk te wenschen, dat zij het ook zoo hebben kon.

#H. Schmidt#, Namenglauben im Alten Testament, in Die Religion in Gesch.u.Gegenwart IV . #G. Roeder#, s.v. Set, in Roscher, Lex.d.Myth. 63. Lfg. . #A.H. Gardiner#, s.v. *#T. Witton Davies#, Magic, Divination a. Demonology among the Hebrews and their neighbours . *Nederlaag der ongeloovigen.*

Dien eigen avond vertrok ik met den heer Bridges aan boord van de Allan Gardiner. Het was een heerlijk schoone avond, toen wij koers zetten naar het noorden; den volgenden dag was het weer niet minder mooi, maar daar de wind in den namiddag geheel ging liggen, moest de goëlet overnachten in een kleinen inham, nabij het Beagle-kanaal, niet ver van den engelschen zendingspost.

"Verbeeld je eens, hoe heerlijk, een invitatiekaart van mevrouw Gardiner voor morgenavond!" riep Meta, met het kostbaar document wuivend, en toen met jeugdige opgewondenheid voorlezend: "Het zal mevrouw Gardiner veel genoegen doen de jonge dames Meta en Josephina March tegenwoordig te zien bij een danspartijtje, dat ze voornemens is op Nieuwjaarsavond te geven."

Meta zette zich op haar gemak en hield de overschoenen zorgvuldig verborgen, en Jo ging de eetkamer zoeken, die ze niet vond, dan nadat ze een provisiekamertje was binnengeloopen en de deur had opengedaan van een kamer, waar de oude heer Gardiner in alle stilte zich een weinig zat te "restaureeren". Zij vloog op de tafel toe en maakte zich meester van een kop koffie, waarvan ze in haar haast echter het grootste gedeelte op haar japon morste, zoodat de voorbaan er nu al even erg uitzag als de achterbaan.

Eenigen tijd daarna vond men hun dagboek, waarin men het eenvoudig, hartroerend verhaal van hun lang martelaarschap kon lezen tot op den laatsten levensdag van den laatst overgeblevene, kapitein Gardiner. In 1854 werd de Allan Gardiner, in Engeland voor rekening van het Genootschap voor de zending in Zuid-Amerika gebouwd, naar Vuurland gezonden.

Meenende nu het vertrouwen van de Vuurlanders gewonnen te hebben, achtten de zendelingen in 1859 het oogenblik gekomen om zich in het land zelf dier wilden te gaan vestigen. Onder leiding van den heer Philips en van kapitein Fell van de Allan Gardiner, begaven zij zich dus naar Woollya, op de kust van het eiland Navarin, waar zij aanvankelijk goed werden ontvangen.