United States or Ethiopia ? Vote for the TOP Country of the Week !


Des hy van voorneemen veranderde, achte het dienstiger naar Koeverden te zetten, en heeft eerst d' Eiler-, Oude- en Nieuwe Schans, Winschooterzyl, en 't Huis te Wedde, met alles wat 'er by of omtrent was, zonder slag of stoot ingenomen: de Bourtange eischte hy mede op, en bood aan den Commandeur of Opperbevelhebber Prot 200000 guldens, en aan ieder Kapitein of Hoofdman 50000 guldens, by aldien zy zich wilden overgeeven.

Op voorwaarde gaf hy aan zyn medewedder paarden, wagen, ploegen, en andere huismans gereetschappen; zullende hy, by aldien hy zyn voorneemen een rond jaar uitvoerde, een groote zomme geld in tegendeel genieten.

In den jaare 1535, den 30ste van Maart, zyn omtrent 300 zo genaamde Wederdoopers, na datze hunne leere in Friesland openbaar hadden voorgestelt, byeen getrokken, overvallende Oldenklooster, by Bolswert, en namen het in; noodzaakende de monniken daar uit te vlugten; en van gedachten zynde, by aldien de Landsheer hen mogt komen bestormen, zouden de bestormers zelve door hunne eigene wapenen gedood worden.

...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh te wesen. Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641.

Omtrent den jaare 1212 vielen 'er geweldige watervloeden over 't Land, waar door dyken, dammen, hoven en huizen wegspoelden, en wel 100000 menschen verdronken: en by aldien niet veele op de terpen, stinsen en hooge boomen waren gevlugt, zou Friesland, tusschen den Rhyn en de Eems van zyne inwoonders zyn ontbloot geworden.

Hier uit blijkt, dat bij aldien men zeewater voor de vulling en voeding van eenen stoomketel gebruikt, men een weinig meer brandstof zal behoeven, en des te meer, hoe meer zoutdeelen dat water bevat; ook dat men ter bezuiniging van brandstof, zorg moet dragen, om door middel van tijdige spuijing en weder aanvulling met versch water dat zoute te verslappen.

Maer dat kan ick seggen, dat by aldien yemand in het Hof souw hebben gesustineert duplicem personam, van welcke d'eene tegens d'andre streed, dat sulx singulierlik souw sijn gestraft geweest. Ende sulx die dat seyt sonder nader bewys een Calumniateur is.

De eerste tocht, dien de Hollanders en Engelschen gezamenlijk naar de Philippijnen hadden ondernomen, was, zooals wij medegedeeld hebben, niet met een zeer gunstigen uitslag bekroond. Toch zouden de beide naties zich nog eens voor een dergelijke onderneming vereenigen. Voor dat Coen iets van den afloop wist, of kon weten, gaf hij hieromtrent reeds een bevel aan Willem Jansz. Terwijl deze zich den 3en Jan. 1621 pas op zijn eersten tocht bevond, schreef Coen hem tusschen 14 en 23 Febr. uit Ambon, "dat hij toecomende jaer met de Engelschen soo haer daertoe bewegen can, wederom een tocht na de Manilha's doe(n) ende bij aldien de Engelschen de tocht weygeren en herwaerts keeren, dat ZE. dan alleene macht genoeg hebbende, den tocht doe(n) en soo onse macht alleene niet suffisant is, dat dan met onse vlote na Chincheu loope omme aldaer den Chineeschen handel op Manilha te beletten ende die te procureren, tzij in Batavia of elders, en geordonneert, dat op de custe van China alle Chineesche jonken aentassen sullen, uitgesondert alleene die, welcke met onzen pas na Batavia souden mogen voeren. . . . . . Met alsulcken recht, als zij ons uit China houden, sullen haer daerin doen blijven, tot dat anders resolveren" . Blijkbaar was de invloed van Coen in den raad van defensie zeer groot, want, ofschoon het eerst zeer twijfelachtig was of de Engelschen er voor te vinden zouden zijn, wist hij den 30en Juni dezen raad een besluit te doen nemen, waarover hij Willem Jansz reeds in Februari zijn bevelen had gegeven. Volgens deze resolutie moest de vloot van defensie, wanneer zij van haar eersten tocht naar Manila in Japan was teruggekeerd, zich aldaar van al het noodige voorzien en dan wederom naar Manila vertrekken. Op dezen tweeden tocht zou het admiraalschap bekleed worden door Willem Jansz, terwijl Robert Adams vice-admiraal zou zijn. Het Engelsche schip de Peppercorn en het Nederlandsche De Muiden werden uit Batavia als versterking naar Japan gezonden. Uit Ambon zond Houtman De Maan en De Hond, die zich echter, zooals wij gezien hebben, niet hebben kunnen vereenigen met de vloot, maar te Firando binnen liepen en gesloopt werden. Den 28en Oct. 1621 vertrokken de beide jachten Muiden en Peppercorn van Firando naar de kust van Chinchu om aldaar op de jonken te kruisen, die met het begin van den moesson naar Manila zouden varen. Hier werden zij door het ruwe weer verhinderd eenig voordeel te behalen, tengevolge waarvan de scheepsraad besloot om naar de Philippijnen over te steken en zich eerder, dan hun opgedragen was, bij de vloot onder Jansz te voegen. Den 3en Dec. vertrok Jansz zelf met de overige schepen, bestaande uit vier Hollandsche: De Bantam, De Trouw, Haerlem en De Hope, en vier Engelsche: de Engelsche Maen, de Paltsgraef, de Elisabeth en de Bull. Deze vloot voer rechtstreeks naar Manila en zoodra zij op de kust van Luçon verscheen, werd er bij Pangasinan een zeer rijke Chineesche jonk genomen, die het vorig jaar uit vrees voor genoemde vloot in China was achtergebleven. Na nog twee jonken vermeesterd te hebben, sloot men de baai van Manila in, waar de Spaansche vloot, bestaande uit zeven groote schepen, zich wederom te Cavite in veiligheid had gebracht. Toen eenige jonken, alvorens naar Manila te loopen, de kust van Luçon ten noorden van Manila aandeden, werden ze hier door de Spanjaarden gewaarschuwd, waarna zij bezuiden de baai landden, hun goederen losten en vandaar met "chimpans" naar Manila voerden. De onzen, dit vernemende, stuurden eenige schepen om de zuid, die respectievelijk op twee plaatsen vier groote met brandhout geladen jonken vonden en drie, die eenzelfde lading reeds hadden gelost. Deze met nog vele kleinere werden verbrand. In het laatst van Mei 1622 werden De Trouw, De Hope, de Paltzgraef en de Bull, onder bevel van Le Febvre naar Macao gezonden, waar zij een Portugeesch schip, met zijde geladen en voor de Philippijnen bestemd, veroverden. Drie dezer schepen vertrokken daarna naar Firando, het vierde, De Hope, bleef in Macao achter. De overige zes schepen gingen begin Juni van de baai van Manila onder zeil en wierpen in Juli, na nog twee jonken genomen te hebben, wederom voor Firando het anker uit. Dezen keer had de tocht meer voordeel opgeleverd. De Nederlandsche en de Engelsche compagnie verkregen elk als aandeel in den buit f

In de instructie van Reyersz lezen wij: "Wij verstaen ende onse meninge is, dat UEd, soo lange 't noord ooste moesson duert, eenige schepen omtrent Chincheu houden sult, omme de Chinezen de vaert op Manilha ende alle andere plaetsen uitgesondert Batavia, gelijck voorengeseyt is, te verhinderen; soo sulcx daer, gelijck wij meenen, gedaen can worden, sult niet noodig wesen een vloote ofte eenige scheepen naer Manilha te senden, maar bij aldien de Chinezen omtrent Chincheu niet ingehouden connen worden, sal UEd de voornaemste macht houden ter plaetse daer de raedt bevindt, dat den vijandt den Chinezen handel best ende meest verhindert can werden". Nog voor Macao liggende, was dien overeenkomstig den 27en Juni De Engelsche Beer en het jacht St.