"Mijnheer Phelps!" zeide hij, mij verbijsterd aanziende. "Ik kwam naar beneden, om eens te zien of mijn koffie al klaar is." "Onder het koken van het water ben ik in slaap gevallen, mijnheer." Hij keek mij aan en zag toen naar het nog trillende schellekoord, met een steeds sterkere uitdrukking van verbazing op zijn gelaat.

Het schellekoord hangt van den schelledraad tot aan de rechterzijde van mijn lessenaar. Wie aan het koord trok, moet dus tot voor den lessenaar gekomen zijn. Het blijft een onoplosbaar geheim." "Zeker was 't een ongewoon geval. Wat deedt gij nu in de eerste plaats?

Er is nu eene andere dame van naam en vermogen, Adèle van Berenvelt! Groote God! Dat schelmstuk zal niet gelukken! Ik zweer het!" Als de bleeke Nemesis zelve hief ze hare rechterhand omhoog, en toonde verachtelijk den sleutel. Van Reelant balde in woedende drift de vuist. Hij wierp zijn reiskoffer met een slag op den vloer, en vliegt naar het schellekoord aan den wand.

Toen de knecht kwam, zei hij: »Laat jij de juffrouw eens uit" Hij moest wel. Maar toen ik thuis kwam, viel ik stijf van mezelve." Bijna woordelijk herinner ik me dit verhaal. Met dezelfde soberheid vertelde Moeder het. Ik zag de kamer, het bureau, het geld, het schellekoord, den knecht. En ik begreep, dat die man Moeder had willen verleiden tot iets kwaads, al begreep ik niet wat.

Maar toen zei hij: Een mooie jonge vrouw als u hoeft toch geen armoe te lijden. En hij wees op een stapel geld, dat op zijn bureau stond, alsof hij zeggen wou: Neem het maar. Toen was het, of ik een ingeving kreeg. O God, dat nooit! En ik liep aanstonds naar den hoek van de kamer en trok aan het schellekoord: »Meneer, ik verzoek, dat u me onmiddellijk uitlaat."

De slanke gestalte der barones richtte zich overeind; als wezenloos zag zij haar zoon aan, en: "Army, almachtige God!" riep zij in vertwijfeling uit, "o, slechts dat niet, slechts dat niet!" "Mama is ongesteld," zeide de zoon en haastte zich naar de schellekoord.

Eén vroeg mij, of ik niet op zijn schip dienst wilde nemen. »Neen", antwoordde ik, »gij zoudt mij al te gauw drie dozijn laten toedienen, omdat ik mijn kooi niet behoorlijk gesjord had." »Ga maar met mij mede," zeide een ander. »Dank je," was mijn antwoord, »bij u is het schellekoord te kort; gij kunt er niet bijkomen om nog een flesch wijn te bestellen, vóór al de officieren van tafel opgestaan zijn."