De klein-burgerlijkheid, die een hoofdkenmerk van ons volk is, en die dikwijls tot boerschheid wordt, komt in enkele van die drachten ten zeerste uit, zooals die van Marken, Gelderland en Noord-Brabant.

Te Ohe en Laak b.v. bracht een jager hem een zware wonde toe, en, het bloedspoor volgend, vond hij in een hut een man liggen, die in de zijde doodelijk getroffen was. In Nederland kent men den weerwolf in de provincies Limburg, Noord-Brabant, Friesland, in de Graafschap, Salland enz. Van de zeven na elkaar uit hetzelfde huwelijk geboren zoons of dochters is de zevende een weerwolf.

Meer dan bij de beschrijving van de volkskleedij in andere provinciën. Want de inventariseering van die volksdrachten in Noord-Brabant zou in hoofdzaak de beschrijving van de zeden en gewoonten van die streek moeten zijn. De kleedij zelf is, als kleedij, niet zoo heel belangrijk, noch om de snit, noch om de stof, vorm of kleur. In hoofdzaak is de muts van de boerinnen het voornaamste.

In de heidestreken van het tegenwoordige Limburg en Noord-Brabant trof men vele bijenhouders aan, die zich eene noemenswaardige opbrengst wisten te verschaffen uit de vlijt der kleine diertjes, door het verkoopen van honig, het bezorgen en persen van was ter vervaardiging van kaarsen en het distilleeren van een drank genaamd "meede". Insgelijks werden geneesmiddelen, pleisters, confituren uit honig en was bereid; en wie kent niet de beroemde wassen beelden, groot en klein?

Toch komen zulke geheel oude en verouderde spelwyzen, als by de belgisch-brabantsche geslachtsnamen zoo veelvuldig bestaan, by de noord-brabantsche in veel geringer aantal voor. En al zijn het oorspronkelik de zelfde namen, noord en zuid van de grenzen, dan vertoonen die welke in Noord-Brabant inheemsch zijn, meer de nieuere spelling.

Hier en daar met Friesche en Saksische bestanddeelen vermengd, wordt het Frankisch gesproken in Vlaamsch België, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg, Utrecht en een gedeelte van Holland. Aan Maas en Rijn heeft het Frankisch element beslist de bovenhand. Maar eng verbonden hiermee hebben wij reeds herhaaldelijk het Keltisch ontmoet.

Op tal van plaatsen in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland noemt het volk elken kleinen vogel een musch, evenals de Amsterdammer over een finkie spreekt. Wat is echter gebeurd? De afzonderlijke vogeltjes missen dan ook geenszins hun afzonderlijke benamingen, soms ruw, andermaal geestig, steeds karakteristiek.

Als men de resultaten der volkstelling nagaat, blijkt het, dat in geen andere plaats van Noord-Brabant zoovelen wonen, die uit andere provinciën geboortig zijn, als hier. Door die samenstrooming van bewoners uit alle oorden is de toeneming der bevolking dan ook zeer aanzienlijk, zonder dat de nijverheid of andere nieuwe en zich uitbreidende bronnen van bestaan daarvan de oorzaak waren.

Zoo is het met de Zeeuwsche vrouwen-kleeding, die mooi is en aesthetisch werkt, omdat ze op een welgebouwd ras is gecomponeerd. Daarom werkt de dracht van het eiland Marken wèl picturaal, artistiek, maar niet aesthetisch. Daarom is de werking van de drachten in Noord-Brabant zeer on-aesthetisch, maar ze wekt de belangstelling, de nieuwsgierigheid, door het ouderwetsche, boersche, ongewone.

Van de hoogste aanslibbingen, de gorzen nabij het land van Noord-Brabant, zijn er reeds onderscheidene ingepolderd ten zuiden van den dam, die door dijken bij het land werden gevoegd. Ten noorden van den dam gaat de landaanwinst niet zoo snel voort, sedert de Schelde geen slibstoffen meer aan de Ooster-Schelde toevoert na het leggen van den dam.