Toch moest men het luik hebben hooren openslaan. Ook moesten zij dat gezien hebben, want het was helder licht, door het vuur dat voor de deur brandde en tegen de rotswanden opflikkerde. Ik stak nu mijn tulband op den loop van mijn geweer, dat ik langzaam omhoog hief, daarbij zuchtende als iemand die zich moeilijk naar boven werkte. Mijn list had het gewenschte gevolg: er vielen twee schoten.

Als er een man was, zou-ie denken, dat ze iemand bij zich had. Half een sloeg de klok. De lamp begon uit te gaan. Ze draaide haar op, maar er was geen olie meer in en de olie stond in de keuken. In het halfdonker der kamer gloeide het roode kransje, dat opflikkerde als ze zenuwachtig aan het rondseltje plukte. Nog wat stuiptrekkingen en het werd donker. Vrouwtje huilde. Tingelingeling.

Lichaam en geest werden moe. Hij merkte niets meer op, hij dacht niet meer, en was half bewusteloos. Eén gedachte maakte zijn heele bewustheid uit: Dit was dus een cycloon. Die eene gedachte kwam met onregelmatige tusschenpoozen terug. Het was als een zwak vlammetje dat af en toe opflikkerde. Telkens, ontwakend uit een periode van verdooving, kwam hij daarbij terug: Dit was dus een cycloon.

"Het zal niet lang duren!" zeide de Amerikaan, en met eene lens gewapend stak hij een hoop dood hout in den brand, dat weldra, helder opflikkerde. Gedurende dien tijd zochten Koen en ik de beste vruchten van den broodboom bijeen. Enkelen waren nog niet rijp genoeg, en haar dikke bast omvatte een wit, doch weinig vezelig merg.