United States or Morocco ? Vote for the TOP Country of the Week !


De houten chalets, waarin de meeste kinderkolonies zijn ondergebracht, hebben voor ons gevoel, gewend als wij Hollanders zijn aan witte muren en lichte behangsels, iets sombers. Dit komt door de kale bruine sigarenkistjesachtige wanden, en doordat ze liggen aan alle kanten tusschen het hooge hout. Gedempt valt het daglicht binnen door de kleine vensters. Maar de meesten van die huizen hebben groote open waranda's en balkons, en dat is voor de kinderen een heerlijkheid! Daar spelen de kleintjes, daar gebruiken allen hun maaltijden, kinderen en personeel. Ook nu stonden de tafels gedekt. In alle kolonies en scholen die ik zag, wordt geprobeerd het voor de kinderen aan tafel en in huis gezellig te maken; overal was met een wit tafellaken gedekt en versierden groote bouquetten veldbloemen de tafels; sommigen van hen bekoorden door hun schilderachtigheid en het fijne gevoel voor kleurschakeering. Ook de huizen zelf die we bezochten waren versierd ter eere van het feest; de kinderen hadden dit zelf gedaan met takken en twijgen die ze uit het bosch haalden en aan de muren spijkerden; een frissche geur van hars en dennen kwamen ons uit de kamers te gemoet. Wat waren die kamers eenvoudig! Er stond niets dan het hoognoodige: enkele tafels en stoelen. Kasten zag ik bijna nergens, behalve kleine open kastjes voor speelgoed en leermiddelen. De kleeren worden geborgen achter een gordijn; voor 't wasschen zijn afzonderlijke ruimten ingericht. Doordat dit alles huizen geweest waren van middenstanders, beambten enz. dus betrekkelijk klein en eenvoudig, waren er nergens groote slaapzalen met tientallen bedden. Dat paste trouwens ook heelemaal niet in het systeem: men wilde de kinderen opvoeden wel buiten de bekrompenheid en engheid van 't »burgerlijke« gezin, maar niet in een kazerneachtige omgeving. Elk »huis« leefde als een groote familie; slaapkamers met meer dan vier

Op de kaai der pelgrims, die door poorten van de straat gescheiden en zeer onregelmatig met houtspaanders geplaveid is, verheft zich een geheel nieuwe groep van kloostergebouwen: kapellen, cellen, magazijnen, kantoren, winkels, slaapzalen: in één woord, een nieuw tweede pelgrimshof.

"O ja, ze zijn juist niet rijk." "Ze hebben zeker geen eigen kamer?" "Neen, maar zeer groote slaapzalen." "En ze eten uit tinnen borden aan ongedekte tafels?" "Neen, ze zullen wel uit porselein eten." "Maar zonder tafelkleed?" "Mijn hemel, wat zou dat, indien de tafel slechts schoon is!" Hij trachtte haar gerust te stellen. "Daar wonen heel goede menschen.

Lichten gingen heen en weer voorbij de tralievensters der slaapzalen; een toorts zocht langs den gevel van het nieuwe gebouw; de pompiers van de naaste kazerne waren geroepen. Hun helmen, welke de toorts in den regen verlichtte, gingen heen en weder langs de daken. Terzelfder tijd zag Thénardier naar den kant der Bastille den gezichteinder allengs door een flauwen schijn verlicht.

Het nieuwe gebouw, overal gescheurd en zeer vervallen, was het zwakste gedeelte der gevangenis. De muren waren er zoodanig door het salpeter ingevreten, dat men verplicht was geweest de zoldergewelven der slaapzalen met hout te bekleeden, wijl er steenen uitvielen op de gevangenen in hun bedden.

Tusschen deze en de vertrekken, die het vrouwenvertrek ter linker- en rechterzijde begrensden en tot huishoudkamers waren ingericht, lagen de slaapzalen, in welke tegelijk de schatten van het huis bewaard werden.

In de gevangenis waren, toen ik die bezocht, een twintigtal inboorlingen en twee Europeanen, een Engelschman en een Duitscher. Die laatsten moeten overdag werken met de gekleurde misdadigers, maar des avonds worden ze in cellen gebracht, terwijl de inboorlingen algemeene slaapzalen hebben.

Ondanks dezen vervallen toestand, beging men den misslag de gevaarlijkste beschuldigden, of zooals men in de gevangenistaal zegt, de "zwaarste zaken" in het nieuwe gebouw op te sluiten. Het bevatte vier boven elkander liggende slaapzalen en een zolder, dien men het Bel-Air noemde.

De bezoekers konden evenwel, na de overblijfselen van het klooster, dat vroeger zoo bloeiend was, bezocht te hebben, de kapel nog bewonderen, die beter bewaard was gebleven. Aristobulus Beerenkooi vermeende die niet te behoeven op te meten. Aan die kapel, die of later of hechter gebouwd was dan de eet- en slaapzalen van het klooster, ontbrak alleen het dak.

Op donderdag, 6 Augustus, betrok ik voor 't eerst de wacht op de vesten aan de Berchemsche poort en dienzelfden nacht sliep ik voor 't eerst ook in een soldatenbed in de Sint Joris Kazerne. Ik herinner mij nog die lange witgekalkte slaapzalen met ijzeren bedden. De geweerkolven bonsden telkens op de houten vloeren. De ransels werden losgegespt.